Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 68 )

Ik (liep in de a.'inen van mijn moeder,

Die, voor mijn kindsheid, alles was; Mijn vader zag mij naauw ontluiken,

Toen rukte hem de dood in 't graf! Daar ging ik eenzaam met mijn moeder,

En fprong en dartelde aan heur hand; Hoe dikwijls zat zij fchreïend neder,

En zag mij ftil en zwijgende aan! Dit kon mijn teder hart niet lijden;

Ik Hond verflagen aan haar' fchoot, En zei, met traanen in mijne oogen,

,, Ach! lieve moeder! fchrei niet meer!" Helaas! waar zijn mijn kindfche dagen!

Hoe lieflijk vloeiden zij daarheen, Gelijk een frisch en helder water,

Dat, kabö'leod, dour een boschje vloeit!

Sluiten