Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2 )

De jeugd danst op bet veld met kransfen om de liairen:

Ik ftaar uw' grafzerk aan in treurige eenzaamheid; Ja, fchreieud', zal mijn oog op uw gebeente Haren : Tot dat het eens u ziet, waar nooit de rerapb fchreit. Het vaderland der Batavieren Bood u onfterflijkc eerlauwrieren. Ach! 't is geen eerlauwrier, dien mijue hand u bied, 't Is 't otler van mijn hart .... flechts tranen, en .... dit lied!

Verwyinaars van 't heelal, maar (laven van u zeiven!

Het fchreieud menschdom vloekt uw nagedachte;.ij.

Gij, wie de hovling vleit in trotfehe hof;ewehTen,

Tct dat de marrcre zuil uw lar.tfte hovling is;

Wijn zangfter kuscht niet, dwingelanden!

Al kruipende uw bebloede handen ....

Ik ween bij 't graf van hem, die 't menschdom heeft bemind:

Vlucht, fnoodanrts! blozend',heen!... Hier flanpt een menfej- n•

(viiud.

Sluiten