Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( H )

<fgn 25 Juni, zynde de eerfte dag na de zwavel» ïgtige nevel, leverde ons het Aardryk een zeer akelyk toneel op. ■ De groene en aangename .gedaante van Bomen en Kruiden was bykans verdvveenen, alles was met verwelkerde en verdorde bladeren overdekt. Het fcheen dat

de zomer met alle hoop tot eenige oogst fchielyk geweken was. —1— In het midden van Juni was

het gelaat van Oétober en November. Men

treurde op dit gezigt, en wiens hart zoude hier over niet bewogen worden ?

Ondertufichen befpeurde men al ras by naukeuriger onderzoek , dat het goedertieren Opperwezen ons nog enige zegen had overgelaten, fchoori men niet wifte of dezelve beftendig zoude zyn, en vele vreesden, dat ook deze vair ons genomen zoude worden. Niet alle planten namelyk waren

getroffen, zelvs niet alle delen van een plant. . .

Wonderlyk wapen over het geheel de uitwerkzels

van onze verheveling v-erfpreit. Ik zal dezelve

ftraks nader uit het maakzel der Planten en de aart der rrevel tragten toeteligten, dog eerft een ver* fiag doen van Planten, die, of al, of niet getroffen ayn nevens de verfchynzels, die cr in het eerfta geval zyn waargenomen.

Ik

Sluiten