Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 44 )

.uit deze komen weder andere, die geduurig fy> ner zyn, tot datze volkomen oiizigtbaar worden. Zy verdelen zig niet alleen, maar zyn op duizent plaatzen weder vereenigt, waar door hunne zappen

alle gemeenfchap met elkander hebben. '

Tuffchen de allerfynlte verdelingen van dit overheerlyk netwerk loopt door het ganfche blad een kliergeftel, dat men P-arencbyma noemt. Het heeft gemeenfchap met gemelde vaatjes, en is de zitplaats

van de groene kleur. Jn oudere bladeren is

het van een harsagtige aart, en word ontbonden door wyngeeft, in jonge, zynde hetmeeftgomagtjg, door

water. Het ontvangt de vogte--, bewaartze

eenige tyd, vermengd de ongelykflagtige, maakt de vlugtige vaft, werpt de onnutte door uitwazeming uit. Met een woord het verandert en bereid op een onnavolgbare wyze het voedend zap, dat vervolgens door vaten afgevoerd word heen ter plaatze, daar het nodig is, na de bloem, de vrugt, ja zelvs na de wortels: want ook worden deze door het lugtzap der bladeren gevoed en niet door hetgeenze zelvs uit de grond trekken; even gelyk het hart der dieren geen droppel bloeds voor zig ontvangt en behoud van het geen het doorlaat en na alle delen van het lighaam zend. Eindelyk word dit geheel konffig maakzel overdekt

Sluiten