Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A A N G O D. n

En zou ik, daar uw magc, zoo fcheppend,

Zoo onbegrensd, en heerlijk is, U mijn geluk niet meê vertrouwen,

Zelfs in de diktfle duisternis? Gij zorgt voor de allerminfte nooden

Van 't kleinst infektjen dat 'er leeft j Gij geeft den worm zijn voedend blaadjen,

De fpin zijn konst die netten weeft* Gij wijst in 't bosch het eenzaam duifjeu

Zijn liefde-kirrend gaaiken aan, En leert den nagtegaal zoo vrolijk

Den teedren toon der liefde Haan; En zou dan de eed'le mensen, gefchapen

Voor zuivre liefde en rein genot, Vergeefs naar die genieting haaken,

En eenzaam zugten in zijn lot? Brengt Gij twee wezens, in wier harten

Dezelfde toon der liefde fpreekt, Bij één, alleen op dat zij voelen

Hoe wederzijds 't geluk ontbreekt? Op dat zij in een vrugtloos wenfehen,

In bange traanen van verdriet, Het moeilijk leven zouden flijten,

Waar 't lijdend hart geen eind aan ziet?

Keen ,

Sluiten