Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ de FONTEIN

1 n

BEEKHUIZEN.

Zijt welkom, klein bevallig dal!

Wat is uw fchaduw koel! De heete zon bad mij vermoeid;

Hoe ftreelt gij mijn gevoel! Heeft ü Natuur of kunst gevormd? —

Uw toegang was zo doodsch! Een onderaardfche kronkelgang;

Hier zijt ge cenvouwig grootsch. Hoe ftatig fchiet die fpringbron op,

Hoe kleurend ftort zij neêr! Haar ruifchend nat keert, klaar en ft.il, In 't kronklend beekjen wéér.

De

Sluiten