Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

so BIJ de FONTEIN

Bij 't lief gekletter deezer bron,

En 't zagie boschgezuis, Vergeet men 's levens woest gewoel,

En 't menfcbelijk gedruis; Men weegt der dingen waarde meer;

Vindt zoo veel iedelbeid Bij onze zorg — bij onze vreugd,

Die van 't genot ons fcheidt. Hoe rustloos flooven, woelen wij

Voor niets! — in uw gebied, Natuur! daar vinden wij 't genot,

Dat elders ons ontvliedt. Hoe ligt kon hij gelukkig zijn,

Die, in uw fchool geleerd, Geen dwaaze pracht, geen overvloed..

Geen roem of ftaat begeert! Kweekt waare godsdienst dit gevoel

In onzen boezem aan, Dan lacht de dorfle (treek ons toe;

't ls hemel waaj: wij gaan,

o Zalig dal! o lieve grot?^

In uw' genisten fchoot, Wensch ik mij de edle zielsrust wcêr,

Tot levens reisgenoot.

'k J3e-

Sluiten