Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

HET L A N D L IJ K HUTJEN.

Hoe tovrend lief ligt ginds dat hutjeu In 't lommer van het zwaare boschl

De- klimop groeit langs zijne wanden, Een helder beekjen vloeit 'er naast!

Hoe fraai bedekt de mos bij plekken

Zijn bruine rieten dak! de rook Stijgt kronklend uit den kleinen fchoorfteeu,

En fteekt bij 't vroiijk boschgroen af.

Zie welke fchoone korenakkers,

En weiden vol met granend ve, Rondsom die kleine woning liggen, . Waarin misfchien 't geluk wel woont!

Hoe

Sluiten