Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42 AAN MIJNEN GELIEFDEN.

Dan danken wij den God der liefde, Die voor de liefde ons harte fchiep,

En ons, van ver verwijderde oorden, Toevallig tot elkander riep:

Hoe vnurig fmeeken wij dan beiden:

„ Ach fcheid ons op deeze Aard niet weêr!

Vereen ons lot. als onze harten ,

„ Dan hebben wij geen wenfchen meer!'?

En hoort de Algoedheid eens die bede ;

Slecht zij den berg die nu ons fcheidt, Hoe dierbaar zijn wij dan elkander,

Na zo veel vrees en treurigheid 1

Wij zullen beide dan vergoeden Den weêrzijds doorgeftauen druk ;

Door wijze en tedre liefdezorgen Steeds werken aan elkaêrs geluk,

Wij draagen 's levens zwaare lasten Dan zaam, door onderlinge trouw,

En 't zij wij vreugde of moeiten oogflen, De liefde hoedt voor naberouw.

Wij

Sluiten