Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WERKING der LIEFDE. 53

k Zworf dikwijls eenzaam door de bosfchen,

Met Klopftok's Oden in de hand; Zijn tedere Elegie, zoo roerend,

Zoo fchoon verheven, vyas mijn lied :

liet was als de adem van mijn' boezem, Maar 'k dacht 'er bij: ,, Een ijdie fchim

„ Zweeft voor mijn' geest. De waare liefde „ Verfchijnt zoo zeldzaam op deeze Aard.

„ Ik zal den man gewis niet vinden, „ Waaraan mijn hart zig gaarne geeft;

„ Vervul dan gij, Natuur en boeken, „ De ftille wenfchen van dit hart.

'k Dacht zoo, tot ik, mijn vriend! u kende;

De lieve zachtheid uwer ziel, d'Eenvouwigheid en de edele onfchuld,

Den aart van uwe liefde zag.

Toen zei mijn hart: „ Dit is de jongling

„ Die uwe liefde waardig is; „ Die al uw tederheid gevoelen,

„ Die voor u teder weezen zal.

D 3 s> Ma

Sluiten