Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de HERMITAGE op BEEKHUIZEN. 63

Men hoort 'er geen gerucht, dan lieve boschgeluiden;

Gemengde vooglenzang, 'tGefuis van 'tfchomlend loof, 't geruis van 't vallend water,

't Is alles melodij: Die ftilte doet de rust in 't woelziek hart herleeven,

Geeft ons ons zeiven weêr; De geest verheft zig dan; geen andre toverftemmen

Verzwakken zijne kracht. De wijsgeer kan zig hier verdiepen in gepeinzen;

De dichter, bij zijn lier, Door niets geftoord, in zijn gefchapen hemel droomen,

En juichen van geluk : Alleen 't verliefde hart kan hier geen vreugde vinden,!

't Ziet niet dan ledigheid, Zoo gapend diep, zoo doods, dat gij, o lieve ftilte!

Een rust des grafs gelijkt; Natuur had mij voorheen geftemd voor deeze ruste y

Reeds in mijn vroegfte jeugd Was eenzaamheid de bron van mijne beste vreugde,

En nu verveelt zij mij : Gij wreede liefde floort hier al mijn zacht genoegen,

Gij kwelt mij met het beeld Van hem die mij bezielt; en in dit rustig hutjen

Vind ik de ruste niet,

B ^

Sluiten