Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERINNERING.

O" welk een fchoone lentenacht' De maan verlicht zoo zacht het trillend loof der boomen;

Waar boschjens groenen klinkt het lied der nachtegaal; De koelte doet uit kruid en bloemen wierook ftroomen.

Hoe veel verfchilt dees middernacht Van al die nachten die we in Noordwijks duinen zagen!

Mijn Overdorp! toen wij, met Pelgrims moed bezield, De kracht gevoelden zelfs der guurfte wintervlaageu!

Hoe dikwijls bragt gij op dit uur Mij vau uw gastvrij dorp, uit uwer vrienden woööing,

Door't z waare duinzand beên,naar't eenzaamZeedorp t'huis, Natuur onthaalde ons dan op wisling van vertooning.

Sluiten