Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIEFDE en GODSDIENST. pi

?k Zag mijn' vriend, op Aard mijn alles,

Toen gelukkig aan mijn zij', Met hem vond ik niet dan dankftof»

Niet dan vreugde kende hij.

Van elkanders arm omflingerd,

Weggevoerd door 't reinst genot , Was een blik, een vallend traantje,

't Spraakloos danklied voor ons lot.

Nu, heraas! is hij verdweenen,

'k Zit mistroostig weêr alleen! Nu is de Aarde mij weêr Aarde,

Die mij toen een hemel fcheen.

Nu is alles wat ik aanzie,

Met een droevig floers bekleed; Ieder voetpad vindt een zuchtje

Uit een misfend hart gereed.

Al de boschjes, at de laantjes,

Waar ik keuvlend met hem trad, Al de bankjes, al de hutjes

Waar ik rustig naast hem zat;

Al

Sluiten