Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het LIEVE PLEKJE. 103

Wij voeKlen al Je fchoouheid Van dit betovrend plekje, Verdubbeld door de liefde, En waren gantsch gevoel.

Daar, aan mijn zijde zat hij, Mijn hand lag in zijn handen; 'k Las in zijn kwijnende oogen; „ Wat is Natuur hier heerlijk! „ Wat is de liefde zalig! " Een traan dreef in mijne oogen ; Daar hij de hand mij drukte; En hij verftond die taal.

Wij zaten ftil, en Haarden, Verzonken in gevoelens Van onbekend genoegen, Zoo vol genot, zoo teder, Wij dachten op 't voorleden, Genoten 't tegenwoordig, En hoopten op de toekomst; Gevoelden 's Hemels goedheid, Zijn vaderlijke zorgen; Wij dankten die — en baden

G 4 0;a

Sluiten