Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ilf aap! MIJNE ZUSTER.

I

Doch nu zien wij den tijd weêr nadren

Die ons elkander wedergeeft; Die mij een wooning toe zal wijzen

Als die, waar gij uw jeugd verleeft.

Een pastorie —- 'k moet waarlijk lagchen,

Herdenk ik nog ons vorig plan, Hoe ver lag dit van daar verwijderd I

Wat toch de kracht der liefde al kan!

Van Gelderland naar Noordwijk voeren, Van beekjes naar een woeste zee,

Van bosfchen naar een tuin vol bloemen... Genoeg... ik volgde als gij gedwee.

*k Zie onze dorpen beiden lustig Vol welvaard, na aan één gegrensd,

God geev* dat wii hier, ftil en vrolijk, Zoo leeven als ons harte wenscht!

Dan wandlen we ook weêr keuvlend zamen;

Gij leidt mij langs uw ftrand cn duin ; Ik voer u in het lagchend lommer,

In geurge bloemen-tuin, bij tuin.

Gij

Sluiten