Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 H U W E L ij K 5 - L I E B.

't Is deeze blijde dag waar naar de liefde Laakte,

En toch ben ik niet blij': '■u Voel in mijn peinzend oog, een' traan van weemoed drijven

Mijn dierbaare! aan uw zij!

t Is toch geen naberouw dat fpreekt in deeze traanen

Neen edle, lieve man! k Gevoel al mijn geluk, nu ik, voor altijd de uwe, Voor u maar leeven kan.

L'-.v vreugde en uw geluk geduurig aantekweeken,

Te weenen om uw pijn, Te Iagchen in uw vreugd, zal fteeds mijn trouwe pooging,

Mijn grootfte wellust zijn.

En gij, ik weet het, gij zult mij ook alles weezen,

Uw reine, trouwe min, Uw zachte ziel belooft een huislijk ftil genoegen,

Aan uwe lotvriendin.

Geen droefheid doet mij thans zoo ftil, zoofomber peinzen;

't Is ernst, 't is tederheid; i ïs diep gevoel van all' des levens wisfelingen,

Dat zorgend in mij fchreit.

Sluiten