Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

if, MIJNE KINDERLIJKE

dat lieve oog niet meer zien glai:zen . . ,. maar het lijdt ook niet meer.

Die zagte lippen, die altijd weinig, maaf bedachtzaam fpraken, van welke zoo veel wijze lesfen, moederlijke raad, en Godsdienftige troost afvloeiden, zijn ingetrokken; en hun gloejend rood, dat zelfs door de langduurende krankheid niet verflaauwde, is nu loodblaauw. Nooit zal mijn ftervelijk oor een enkel geluid meer daarvan hooren : de Godgewijde ziel zal daar geene loftoonen meer mede aanheffen, noch het lijdende hart onbewuste, door benaauwdheid afgedwongen klagten, uitzugten; neen zij zullen zwijgen, voor altijd zwijgen in het ftof.

Hoe onbeweegelijk ftil liggen nu deze,

weleer zoo arbeidzaame, handen die

zoo veel afwerkten die zoo veel hulp

en trouw aan ons toebragten! die armen, met welke zij onlangs ons nog zoo vertrouwelijk, maar ook zoo lijdend, en af-

han-

Sluiten