Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 MIJNE KINDERLIJKE

moert, toen zij dikwijls met een wankelenden , fchoon door den Godsdienst onderfteunden moed al hijgende voordging, toen was zij een voorwerp van medelijden , en van traanen. Ook toen zij van de grootfte vreugde haars levens , haaren gade beroofd — als eene zwakke verlatene Weduvv

haar lot betreurde toen zij daarna van

het eene genoegen na het andere, door toenemende zwakheid, werd beroofd, toen haar anders werkzaame geest dikwijls in eene matte kwijning wegzonk, en in zijne edele werking verhinderd werd, toen was het de tijd van weenen; en hoe veele ftille traanen, lieve, edele Moeder! ontrolden dikwijls bij dezen aanblik, in de laatfte maanden uws

levens, mijne oogen ! dan gevoelde ik

dat gij leedt, en onder het aardfche leven zugt» te; en ik verlangde met u naar het uur dat uwen geest zijne vrijheid hergeven zoude.

Dit uur is daar! Gij zijt het dal der traanen ten eind, alle moeite te boven; al het zwerven is over! Gij zijt in 't Vaderland binnen , en geniet de rust die 'er

Sluiten