Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B IJ DE

WEGVOERING

VAN HET

L IJ K.

Hoe droevig graauwt thans de morgen, fchemering langs de wanden van mijn flaapvertrek, waar ik in eene onrustige {luimering dit treurig uur verbeide ! — die treurig uur, dat mij het eenig overblijffel van mij. ne dierbaare Moeder ontneemen, en haar verre van mij, naar den eenzaamen graf kelder voeren zal.

Ik hoor reeds het dompig gedreun der aannaderende lijkkoets: zij houd ftil voor

onze digtgefioten wooning en wagt

op haaren ontzielden last. De zwart gekleede dragers gaan daar binnen, Met een

Sluiten