Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«4 MIJNE KINDERLIJKE

het geliefd ligchaam , en alle de genoegens der zinnen kosten, om dat zij haare waare grootheid zoo veel nader is gekomen.

Hoe dikwijls zag ik , bij 't kwijnend leven mijner Moeder, haaren fchoonen, haa* ren fchranderen geest, door het verzwakt ligchaam in zijne werking gehinderd, zugten! Hoe leed hij dikwijls met dit ligchaam , en kon zig niet verheffen tot die hoogte, waartoe hij anders krachten had! hoe dikwijls nam hij van 't ongelukkig worstelend ligchaam zoo veel lijdend gevoel over, dat hij minder zijne zalige beftemming gewaar werd! Hoe fchoon, hoe heerlijk moet dan de verandering zijn, wanneer hij van aardfche kluisters, van alle 'onedele en itofhjke neigingen ontflagen, een geheel nieuwen en ruimen kring voor zijne werking open, en alle verhindering opgeheven ziet, als hij alle zijne krachten verdubbeld, en zijne verhevene aandoeningen meer verheven, meer vuurig en levendig gevoelt — als alle nevelen weg, alle ©nmoed verdweenen, alle vreugde waar,

Vbl,

Sluiten