Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fO MIJNE KINDERLIJKE

ftel ik mij dit alles voor, dan verlies ik rrrij zelve ir. een onuitdrukbaar gevoel; ik wensch mij fmagtend bij u, in dien zaligen kring: het zwoegend, naar geluk jagend, en fchaduwen aangrijpend aardfche leven wordt mij een kerker, en alle zijne vreugd enkel ijdelheid. Geen wonder dan, hemelfche Moeder! dat uwe, met deze denkbeelden vervulde , ziel daar zoo weinig mede ophad, en dat zij reikhalsde naar dat verheven geluk dat zij nu fmaakt.

En deede al eens mijne onkunde van de wereld der geesten mij in het lot der heme. lingen dwaalen; ware mijne tekening al eens veel te ruw, en geheel ongelijkend aan het wezen , zoo veel is toch zeker dat aan het geluk, 't welk uwe afgefcheiden ziel behoeft niets ontbreekt.

En dit is ook zeker, uwe ziel, hoe, waar, en in welke omftandighedenzijleeve, moet reeds door haare eigene gefteldheid, door het gevoel haarex betrekking op het zaligst we-

Sluiten