Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93 MIJNE KINDERLIJKE TRAANE*.

ter haarer gedagtenisfe, van haar af en

nog zie ik; den lieven, half afkeurenden, half bewonderende glimplach waarmede

zij dien inval beantwoorde doch zij

gaf mij u, en nu, fchoone lok! zijt gij mil

zeer ]ief gij zijt het eenig zinlijk

overblijffel van eene zeer dierbaare Moeder die thans in het eenzaam graf

verteert Als ik u aanzie krijg ik liaar

seheel voor mij; haare vrouwlijke zorg, moederlijke liefde — christelijke deugd — haar vriendlijk gelaat i— haar lijdend ge<jiud — haar hoopende moed — haar ftervend leven, en juichend fterven —. alles werkt op mijne ziel; ik weeg het geluk van haar voorbijgegaan en tegenwoordig leven tegen elkander, en waare liefde doet mij vrolijk zijn dat zij de aarde verliet, fchoon mij van deeze dierbaare Moeder nu niets meer overbleef dan gij

zilveren lok!

EINDE.

3

Sluiten