Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WOLF EN DE HOND. TI

DE WOLF EN DÉ HOND.

Een Wolf, met ledige ingewanden, Slechts vel en been, en fchier beroofd van Z5me kracht,

(Dit was 't gevolg der honden wacht,) Ontmoette een' Hond, voorzien van krachten en van tanden, Van hairen glad, doorvoed en hoflyk opgébragt, Doch nu in 't bosch verdwaald, by 't nadrcn van den nacht.

Heer Wolf had gaarn' heer Dog verflonden, Had hy zichzelv' dit uur daartoe in ftaat bevonden; Maar 't kon niet zonder ftryd gefchiên; En 't was heer Dog wel aan te zien, Dat hy niet licht de vlag zou ftryken. Toen deed heer Wolf, met kunst, hem zyn beleefdheid blyken, Trad in gefprek, bewees den Dog de hofiykftc eer.

„Het ftaat aan u, myn fchoone heer! „ Sprak Dog, om even fterk en vet als ik te wezen: „ Verlaat Hechts 't bosch , daar gy geftadig leeft in vreezen. „Hoe deerlyk word door uw geflacht, „De tyd in 't woud niet doorgebragt?

Sluiten