Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HUISRAT EN DE VELDRAT. 23

DE HUISRAT EN DE VELDRAT.

Een Huisrat noodde een Veldrat te eeten,

En dat op een beleefde wyz': Men zou gemaklyk zyn gezeten,

By leeuwrikvleesch, en fyner fpys.

Men zat op Turksch tapyt te fmullen.

'k Verzwyg myn lezers hóe men at, Dewyl zy dit licht raden zullen;

Genoeg, dat elk daar vrolyk zat.

Ten disch was alles naar behooren. Geen ding ontbrak 'er aan dit maal;

Maar iemant kwam 't vermaak verftooren, Door ramlen aan de deur der zaal.

B 4 De

Do

Sluiten