Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HONDERDHOOFDIGE DRAAK, ENZ. 3T

„Ik fchrikte op dat gezigt; en denk, ter goeder trouw, „Dat ieder daarvan fchrikken zou.

„Ikkwam gelukkig vry met Hechts 't gevaar tefchroomen: „ 't Veelhoofdig beest kon door de boomen, „ En 't kreupelbosch, niet by my komen. ,, Toen ik hierop te peinzen zat,

„Kwam een éénhoofdig beest, dat honderd Haarten had,

„ Recht op my aangetreên; dit deed me op nieuw verbleken.

„ 'k Zag zonder moeite hem door 't groen zyne ooren Heken,

„ Het ligchaam volgde, en al de ftaarten volgden ftraks; ,, 't Gleed alles door, met veel gemaks;

„ Ik zag het hoofd de leen een' lichten doortogt banen. „Zeg! zou, zo we alles gade Haan, „'t Niet waarlyk zo verfchillend' gaan

„ Met uw' en met myn' vorst ? en met hunne onderdanen ?"

Sluiten