Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 SIMÓNIDES DOOR DE GODEN BEWAARD.

Aan een gezang, ter eer van een' berucht' Athleet' 3). Dees held was enkel groot door in een perk te rennen, En hy verftond het wagenmennen; Zyn vader was een burgerman, Wiens afkomst... Och! de Athleet' wist zelf daar weinig van. Ziedaar al zyn verdienfte. Ik ken verfcheiden luiden,

By wie dit niet veel zal beduiden; En, waarlyk! zulk een held geeft fchaers tot zingen ftof;

Wat zal men zeggen tot zyn' lof? Dat hy een voerman is ? Dient dat zo hoog geprezen ? Maar kan een voerman niet een held als voerman wezen? Hoe 't zy, de dichter maakte een' held van dezen man , Een' held, zo groot een held ooit voerman wezen kan! De lof was ras ten eind', de held wierd dra vergeten, En in den zang ter zy' gefmeten, En Castor wierd, gelyk een held, Met Pollux 4;, in de plaats gefield.

De

3) Athleten, waren lieden die, in Griekenland, in openbare pbatfen, voor het volk, elkander den prys betwistten door behendigheid in paardenloopen, en cytherfpelen.

4) Castor en Pollux, twee fabelgoden; zy waren broeden,

en

Sluiten