Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 SIMÓNIDES DOOR DE GODEN BEWAARD.

Ik vraa? voor't lang verhaal myn' lezers thans verfchooning, En pas den text nu toe: dus zeg ik dit alléén: Men eert nooit hoog genoeg den goön, en huns gelyken. De fiere en fchrandre Melpomeen, Doet aan de waereld fomtyds blyken, Dat zy hen die haar gunst haar' invloed niet ontzegt,

Niet wil verkort zien in hun recht; 5) Dat zeeischt, dat fomtyds 't loon den arbeid zal verzoeten, Dat we onze kunst op prys rechtvaardig houden moeten. 6) De Grooten achten 't zich een glori, als hun gunst Het fchrander hoofd beftraalt van mannen van de kunst. 7)

De

5) Vraagt men in ons land wel veel naar dezen eisch van Melpomené ?

6) Zou het in ons land ons wel veel baten, dat wy 'er fterk op ftonden om ware kunst op prys te houden?

7) Dit was eertyds in Vrankryk zo, toen een Lodewyk de XIV, een' Racine, Boileau, en andere groote mannen, aanmoedigde, en in Haat Helde van op hun gemak hunne meesterftukken te bearbeiden; maar waar toch zyn onder óns die Grooten, die „ 't „ zich tot een glori achten, als hun gunst een fchrander hoofd „ beftraalt met eenig gunstbewys ?"

Sluiten