Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de pedant en het kind. 49

Verdrink ik;" maar de man, wel verr' van hulp te bieden, Zegt, met veel deftigheid: „ o Kleine guit! ziedaar 5)U door uw zotterny gebragt in doodsgevaar! „Wat baat het ons met zorg die fchurken op te voeden! ■ „öDe ouders zyn beklagenswaard', „Ln die niet zorgen zyn bezwaard ,, Voor zulk Jan Hagelskroost! Hen baten ftok,noch roeden! „Myn hart bezucht hun lot! -Hun ongeluk is groot!"

Na dit ontydig deftig préken, Befluit hy eindlyk 't kind de handen toe te fteken, En red het; doch ten naauwen nood.

Ik tref hier mogelyk een groot getal van menfehen, Licht grooter dan wel 't gros der lezers zich verbeeld ! Debabblaar, en pedant, en die voor tuchtheerfpcclt, 't Vind alles hier copy, meer dan zy zullen wenfehen. 't Geflacht van elk van hen is waarlyk uitgebreid; De Schepper zegent noch dat volk met vruchtbaarheid. I- deel. D Zy

Sluiten