Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RAADVERGADERING DER RATTEN. 63

Voor 't minst zo fpoedig 't mooglyk was, Om uitkomst in den nood te vinden, De kat een bel aan 't lyf moest binden: Dan was zy hoorbaar, waar zy trad; Wanneer men flechts te vlugten had. Hy wist niets anders uit te denken, Om ieder veiligheid te fchenken. Zo wys een raad had elk bekoord; Een nutter raad was nooit gehoord! De zwarigheid was, wie der vrinden De kat de bel aan 't lyf zou binden. De één zei: „ Ik heb aan kracht gebrek;" Een ander zei: „ Ik ben niet gek!" Een derde kon noch niets beloven; Het ging der meesten moed te boven, Offchoon men 't niet ondoenlyk vond. Zodat men fcheidde, en niets beftond. 'k Zag meermaal raadvergaderingen, Waarin de zaken waarlyk gingen, In kerk- en waereldlyk beftier, Juist zo als by de Ratten hier.

Wat

Sluiten