Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LEEUWEN DE RAT. ENZ. 83

83

DE LEEUW EN DE RAT. DE DUIF EN DE MIER.

Men dien' zo veel men kan al wie hier met ons leven: Men hangt vecltyds hier af van een' geringen man. Twee Faablen zullen dit op 't klaarst te kennen geven; Schoon de ondervinding ons dit daaglyks leeren kan.

Eens raakte een jonge Rat, hoe gaauw, In een gefloten Lceuwenklaauw: Men zag der dieren vorst hier eedlc blyken geven Van koningklyken aart: hy fchonk het diertje 't leven. Die weldaad was geenszins om niet! Wie zal 't geloven, die 't niet ziet, Dat van een' Rat het lot eens Leeuws ooit af kan hangen ? Dc Leeuw raakt, lang hierna, in 'sjagers net gevangen,

En wierd door brullen niet gered; 't Gewoel, in tegendeel, verwart hem meer in 't net.

F a De

Sluiten