Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 DE LEEUW EN DE RAT. ENZ.

Dc Rut hoort zyn gebrul, doorknaagt ftraks met zyn tanden Het net, en red den Leeuw uit zyn' belagers handen.

Door tyd en door geduld word waarlyk meer voïbragt, Dan door de woede en grootfte kracht.

Het ander voorbeeld is van eindloos teerder dieren,

Die byten, woeden, noch zich vreezen doen door tieren.

Een Duif dronk uit een beek in 't hcetftc zomerweer;

Een Mier viel nevens haar in 't ftille water ncèr;

Voor hem een oceaan ! en liep gevaar van zinken ;

Hy fpartelt, maar vergeefs: hy was reeds aan 't verdrinken, Wanneer de Duif, met hem begaan, Eén van dc naaste en lichtfte blacn

Ilcm toewierp in dcnftroom,omhcm de dood te onttrekken';

Dit kon de Mier ten fchip, of wel ten eiland (trekken.

Hy red zich. Maar befpeurt ftraks aan den waterkant

Een' boer, blootsvoets, met pyl cn fchietboog inde hand,

Om

Sluiten