Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de starrenkyker en de put. 87

Geroemd door mcnfchen die , in zyne fchaduw' loopend', Hem pryzen om zyn' geest, en wonder kunstbeleid, Wat is dat toch by óns ? 't Werk der voorzienigheid: By de ouden wierd Haar werk voor blind geval vcrflcten; Maar immers is geval geen zekre wetcnfchap;

Want anders was het zotten klap

Geval fortuin, of lot te hceten: Dit immers ondcrfcclt iets daar wy niets van weten,

Voor 't minst waarvan we onzeker zyn, Hoe grondig ook daarvan ons elk bepaling fchyn'. Wat nu betreft den grond van die verborgen fchikking Van Hem Die 't all' beftiert, wat wik- en wedenvikking De geest ook onderneem', waar is, waar leeft de man Die ooit die fchikkingen rechtmatig wegen kan; Zou God all' 't geen de nacht der tyden moet bewaren, En wyslyk! aan den loop van een geftarnt' verklaren?

Waartoe? tot glori van den geest, En vuist, die met dc fpheer onledig is geweest ? En boeken van den ftaatdes aardbols heeft gefchreven? ' Ja, om ons 't nadrend wee te doen te kennen geven? Waardoor wc ons zouden zien tot wanhoop aangedreven ?

F 4 Of

Sluiten