Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rSOPUS UITLEGGING VAN EEN' LAATSTEN WIL. I05

De vader fcheen een' man van zonderling beleid; Hy dacht zyn laatfte wil was naar de wet befohreycn. Dees fchonk elk dochter evenveel, En aan de moeder ook één deel Zo groot als ieder kind van 't goed kon zyn gegeven; Mits dat de goede weduwvrouw Het deel dat haar was nagelaten, Dan, en niet eer, ontfangen zou, Wanneer de Dochters van het goed niets meer bezaten. Kort na dit zeldfaam testament, Verliet dc goede man het leven. Dat hy een testament bepaald had was bekend; Dus doen zyn kindren, door nieuwsgierigheid gedreven, Haar' vaders laatften wil gerechtlyk openflaan; Maar niemant kon den zin van dit gefchrift verftaan. En wie zal ook een' wil ontwinden, Waarin men fchier geen' zin kan vinden?

Hoe zal elk dochter, (op wat voet Zal zy des vaders wil bepalen?) Als zy niets heeft, het deel betalen Dat hare moeder hebben moet?

G 5 Het

Sluiten