Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LEDEN EN DE MAAG, IIQ-

DE LEDEN EN DE MAAG» II<>

Dat die door hem voor lui en lekker was gefcholden,

Hun diensten certyds had vergolden, En dat der Leden heil aan 't zyn' gefchakeld was.

Dit 's alles op 't bellier der volken uit te leggen; Men kan van koningen en Magen 't zelfde zeggen: Ze ontfangen, geven, en 't werkt alles voor hun magt. Daar tegen geven zy daardoor dc volken kracht, Verryken handelaar, betalen oorlogslieden, Bcloonen rechters, doen den landman bylland bieden, En geven overal een blyk, Dat zy het leven zyn van 't ryk. Dit wist Menenius i), toen 't volk zichzelv' misleidde,

En van den Roomfchcn raad zich fcheidde. De muiters zeiden llout, dat hy den Roomfchcn fchat, De magt, en waardigheid des volks in handen had. Intusfchcn voelden zy welhaast de vrucht der dwaling:

Belasting, krygsliên ter betaling,

Den

i) Ten tyde der raadsregering, een Roomsch raadsheer. H 4

Sluiten