Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KIKVORSCHEN OM EEN* KONING VRAGENDE. 12$

Geen wonder: 't was een balk, die de opperfte Jupyn, Om van hunn' drang ontlast te zyn, Hen tot een' koning had gegeven. Door 's vorften achtbaarheid was elk door vrees behcerscht; Eén Kikker waagde 't eindlyk eerst Den nieuwen opperheer tc aanfehouwen; Maar vol van vrees, en wanvertrouwen. Een tweede waagt het mede; al de andren volgen na; En ftraks floeg 't gantfche heir den nieuwen ryksvorst gac. Men wierd gemeenzaam: gantfche benden Beklommen 's konings rug en lenden. De vorst hield zich gantsch' ftil, en van gevoel beroofd; Straks maalde al 'tKikkerheir Jupyn op nieuw aan'thoofd: „ Schenk ons een' andren vorst, dus fprak het, waard' der kroToen gaf hen Jupiter een Kraan tot hunnen koning, (ning." De vreugd was ftraks ten hoogften top; Maar deze koning flokt hen op. Toen fterker by Jupyn aan 't klagen! „Ben ik, dus fprak de god, een flaaf van uw behagen? „Denkt ge ons, door dwaze gril by gril,

„ Dan

Sluiten