Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JICHT EN DE SPIN. 137

Geftadig wierd betreen door zwermen van domoren, Dacht zy: „ Hier leef ik in gevaar!" Zy kiest de hut, kuscht Satan teder, Vertrekt, en legt terftond zich neder Op 't bed eens armen mans, en fprak: „Hier lydeikvast „Van geen do&orcn overlast. „Geen mensch zal my van h;er verdryven; „Dus meen ik hier te moeten blyven." „Spin vestte ftraks, in tegendeel, Haar' zetel in den hoek van een verguld paneel, En ging zó yvrig aan het weven, Dat zy haast zat in haar getouw; Zy hechtte dat zó vast aan 't vorstclyk gebouw,

Alsof zy eeuwig daar zou leven. Hier zag zy daaglyks Mug en Vlieg zich toegedreven; De vangst was goed, het net was vol: Maar eindlyk fmyt de ragelbol Het alles overhoop; toen daadlyk aan 't herbouwen! Maar naauwlyks was 't gebouw voltooid, Of 't wierd weer overhoop gegooid,

j ^ Door

Sluiten