Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I3§ DE JICHT EN DE SPIN.

Door doek of bezem van de vrouwen , - , Die by aanhoudendheid die flopcry verricht.

Hierop bezoekt ze op 't laatst de Jicht, En vind die fchier beroofd van zinnen, En ongelukkiger in haren nieuwen Haat,

(Waarin men haar niet rusten laat,) Dan de ongelukkigfte der fteeds geftoorde Spinnen. Haar huiswaard fleepte haar geftadig mede in 't woud,

En joeg haar, door geweldig zweten, Veroorzaakt door gekap, en torsfehen van het hout, Geftadig van zyn lyf. De meeste menfehen weten Dat Jicht geen' grooter vyand heeft Dan't zweten, en een' mensch die in beweging leeft.

,,'k Vind by myn' meester geen verfchooning, „ Myn zuster! fprak de Jicht: ik kan 't niet meer weêrftaan! ,,'k Word deerlyk afgemat: ik moet myn' baas ontgaan. „Kan 'tzyn, verwislen wy van woning." Dien voorflag nam dc Spin ftraks aan. Zy kroop in 's landsman ftulp: hier wist men van geen ragen Dus fleet zy daar vernoegd haar dagen.

De

Sluiten