Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JICHT EN DE SPIN. I39

De Jicht bedankte toen de Spin, En Hoop 't paleis eens bisfchops in, Een vrind van fynen vvyn, en fcherp gezouten fpyzen. Zy kon dien goeden heer niet naar verdienden pryzen: Het fcheen zy deed hem nooit belet; Zelfs hield zy hem, naar wensch, geftadig in zyn bed, Daar hy zich baakren deed en ftooven. De mensch, (zou iemant dit geloven! En evenwel 't is waar, als wy hem gade flaan,) Zal doorgaans van édn kwaad tot erger overgaan'. Wat Jicht en Spin betreft, zy waren nu te vrede, En hadden wysfelyk gedaan, Te wisfclen van legerftede.

Sluiten