Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NACHTEGAAL EN DE ZWALUW. 151

,Myn zuster ! fprak het beestje, och! 't is op dezen dag, „ Geloof ik, duizend jaar geleden, „ Dat gy, verlatende onze fteden, , U aan ons oog onttrokt, zó dat men naauw' u zag. „Hoe hebt gy 't al? 'k Heb my bedrogen, „Of gy, fints Thraciën beftond, „Zyt onzen ftedelyken grond „Tn de aaklige eenzaamheid ontvlogen. „Watis toch uw bcfluit? Zal dan deze éénzaamheid,

„ Die ik als doodelyk zou vreezen ! „Dc plaats zyn daar ge uzelve een woning hebt bereid, „ Voor eeuwig?" Kan 'er ooit iets aangenamer wezen? Sprak tedre Philomeel. De Zwaluw zcide toen: „Wat kan uw fchoone ftem hier doen? „Uw Goddclyk muzyk is u toch niet gegeven, „ Alleen ten dienfte van 't gediert', „Dat geestloos door de wouden zwiert; „ Of voor een' enklcn boer, die arm in 't woud moet leven ! „Uw Hemelgaaf zy nooit het deel der wildernis! „Kom, lieve zuster! in de fteden:

K 4 „Galm

Sluiten