Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152 DE NACHTEGAAL EN DE ZWALUW.

„ Galm daar uw gaven uit, en gy word aangebeden. „Kan 't wezen dat een woud voor uw bekoorlyk is, „Daar 't altyd u moet doen herdenken, „Hoe eertyds een wellustig vorst, „U in een woud vervolgen dorst, ,, En dwong uw dierbare eer zyn drift ter prooi te fchenken ? „ Zyn geüheidioerde ontmenscht op uw aanbidlyk fchoon!... „Ditis, fprak Phüomeel, 't herdenken aan dien hoon, Die my, ö zuster! nooit de fteden doet genaken, „ En die me uw bede ontzeggen doet. „Waarik, helaas! den mensch ontmoet', „Voel ik myn leed op my een' diepen indruk maken."

Sluiten