Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J 54 DE VERDRONKENE VRp U W.

Ontmoet hy wandlaars by den vloed,

Die hy wel duizend vragen doet; Doch die niets van 't gebeurde wisten.

Men zeide hem, dat hy de vrouw

Niet óp het water vinden zou, Maar op den grond des vloeds, en dat hy niet kon hoopen Op vinding van het lyk, dan met geftaêg te ioopen Na richting van den ftroom. Een fpotter komt cn zegt:

„Gy lieden raad den man niet recht: „ Hy loop' niet mét den Aroom, hy loop' vcelëcr dien tégen; „ Want welk een kracht de ftroom heeft op dc vrouw gekregen,

„Gewis, de geest der tegenfpraak,

„ Der meeste vrouwen grootst vermaak, „Een neiging die haar hart niet lichtlyk zal begeven,

„ Heeft tégen ftroom haar opgedreven." 'k Beken, die fpotterny kwam waarlyk flecht te pas,

Hoewel die niet onleerzaam was: Want wat den lust betreft van hoofdig tegenfpreken, (Hoewel de fchuld der vrouw my juist niet is gebleken,) Een neiging die het werk van onze fchepping is,

Groeit

Sluiten