Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï5§ DÈ KAT EN EEN OUDE RAT.

DE KAT EN EEN OUDE RAT.

Een Kat die overal het Rattenheir verwon, En waarlyk mogt den naam van Alexander dragen , Zo 't Kattenheir, gereed den Rattenkryg te wagen,

Een' Alexander hebben kon, (Zo 't waar is 't geen ik heb van deze Kat gelezen,) Kon aller Ratten Attila, i) Wannnecr zy dien flechts kwam te na, Doen beven, ja zy moest den roover doodlyk wezen. Zy bragt het Rattenheir geduchte flagen toe, En was het tot een geesfelroê, Tot eenen Cerberus 2), die zich alom deed vreezen,

Zo

O Koning der Hunnen, een dwingeland, die zich de geesfel Gods noemde.

O Een driehoofdige hond, die, volgens de Ileidenfehe verdichtfelen, den ingang der Helle bewaarde.

Sluiten