Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PlIIT.I?s

fes H.'vah Spanje,

Van het

heften der Verlof en Geleigelden.

•136 GESCHIEDENIS

de komst van den Prins in Holland, hebben zij, en bovenal Willem, verderItrekkende uitzigten gevormd. Hij hadt hun onderrigt, dat men aan geene vreemde Vorflen onderworpen kon blijven, zonder het Land aan de deerlijklte gevaartn bloot te ftellen (*). 't Is, derhalven, zeer vvaarfchijulijk, dat men llegts eene gunltige gelegenheid afwagtte, om zich openlijk tegen den Koning zeiven te verklaaren. In dit hachlijk en onrustig tijdsgewricht, 't welk eene verreziende ttaatkunde , eene diepe geheimhouding en een onvermoeid voortvaarende werkzaamheid vorderde, konden de Staaten, die niet altoos vergaderd waren, niets beter doen, dan, voor een tijd, den Prins eene foort van Dictatorfchap opdraagen. In de daad hij was, tot in Maart des volgenden Jaars, met hecvolflagenire oppergezag bekleed. Bij raade der Staaten Helde hij toen, nevens zich, een Raad, die de zaaken des Lands en des Oorlogs, zo wel te water als te land, hielp beltuuren: en men keurde het raadzaam, om, ter afweering van de blaam van Regeeringloosheid en Opltand, 's Konings Naam aan 't hoofd der Plakaaten te (tellen, zells in gevallen, die tegen de bevelen des Konings zelve llreeden (f).

De verlufgelden (Licenten) op waaren, die, in Plaatzeu, den Prinlè toegedaan, gekogt zijnde, naa vijandiijke plaatzen vervoerd werden , begon men eerstin Zeeland, vervolgens in Holland, te heffen. In

zom-

(*) Hifl. der Satisfactie van Goes. 45. 56". (f) Groth Annal. II. p._40. 41.

Sluiten