Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«38 GESCHIEDENIS

Philips de II. vau Spanjé.

Plundering van Naarden en gruwzaamewreedheden, daar gepleegd, i |

den 'er den deerlijktten moedwil: Maken, bij 't inrukken, de Stad aan acht oorden in den brand, richten eene bloedige fiachtiiig aan, dreeven een deel Ingezetenen in den Tsfel, en een ander deel naakt ter poorte uit, terwijl Vrouwen en Maagden voor de fchennispleegende geilheid der Soldaaten bloot (tonden, en de overgebleevene Burgers zwaare (ommen gelds, tot beleening van 't krijgsvolk, moeiten opbrengen , waar van de Geestlijkheid des Landfchaps niet

verfchoond bleef. (*) De Graaf van den Berg

hadt, lafhartig, Gelderland, met Vrouw en Kinderen, mtKampen vlugtende, verlaaten, om den gevaarlijken kans niet te waagen van een Gewest te verdeedigen, waar hij de Steden ongefterkt, den voorraad onbefteld, de fchattingen ongehandhaafd, zijne benden onbetaald, en tot last van Burgers en Boeren, gelaaten hadt (f). De Heer van Billi had zes duizend Nasfaufchen bij Staveren verflaagen, en Graaf Joost van Schouwenburg, uit vreeze voor hem, geheel Friesland geruimd (§).

Omtrent het einde van Slachtmaand, verfcheenRouero, met Vierhonderd man, voor Naarden, 't ?een zich, op den ecrlten eisch, niet hadt overgegeeven. Dan deeze Veldheer , een fchijnbaar medelijden betoonende met de Burgers, die hem te "remoet kwamen, lijfsgena en plondering affmeekten, jaf hun goede woorden en, bij handtasting, de verze-

ke-

C) Bor, VI. B. bl 303. (t) Hooft, I. D. bl. 285. (§) Zie aldaar.

Sluiten