Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN 239

kering. In de Stad gekomen, op dit woord van genade, werd hij met zijn Krijgsvolk onthaald, door de Burgers: dan hij geboodt, dat zij allen, ongewapend, zich in eene Kerk hadden te vervoegen, om, op nieuw, den eed van trouwe aan zijne Majefteit afteleggen. Een Priester verfchijnt in de kerk, met het fchrikbaarend woord, dat zij zich tot fterven te bereiden hadden : en werden zij allen, op vier naa, die voor groot losgeld hun leeven kogten, te deezer plaatze, op 't deerlijkst vermoord, door de trouwlooze, en zo wreede als trouwlooze, Spanjaarden. De Kerk, in brand geftooken , verteerde de lijken en de zieltoogenden. Voorts verfpreidden zich deeze monlters door de Stad, vielen in de huizen, en gaven zich over aan alle buitenfpoorigheden, die gierigheid, wreedheid en geilheid hun inbliezen. De Mannen, die zij uit fchuilplaatzen optrommeldens reegen zij aan rappieren, hakten ze met llachters mesfen, of korven ze als visfchen. Eenigen dienden dei wreedheid tot een fpeelbal, dewijl de Spanjaards hun. met de fpitzen van 't geweer, elkander toeftietten. onder dit gruwzaam vermaak lachten , en het pijn lijkst eind- maakten aan een afgefoold leeven. Met zegt, dat zij het bloed der Grijsaarts deeden ftroorncn en het fchnklijk vermaak namen, om 't zelve te zui pen. De zieken vonden, in het bedde, een wisfei dood; de niets verfchoonende moordaadigheid maak te hun af. Meisjes enMaagden, van dertien en min der jaaren , (tonden der vuile geilheid ten doel; zwan gere Vrouwen konden dezelve niet ontgaan, en wet

de:

Philip* de II. van Spanje.

l 1

Sluiten