Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mvi NEDERLANDEN. 241

-men de Inwoners van Muiden en Weesp hunne nabuuren berooven, en de ongehikkigen met het zingen van fchampere en hoonende liedjes bedroeven. De ' Gooifche Dorpelingen, tot dit werk door zwaare bedreigingen geprest, Oegtten poorten, muuren en torens: de Hinkende lijken bleeven, bijkans driemaanden, onbegraavenliggen. Een jaar laater,werd, bij vonnis des Landvoogds, de Stad vervallen verklaard van alle haare Handvesten , Vrijheden en Inkomsten (*).

Deeze gepleegde wreedheden te Naarden bereikten op verre na het bedoelde oogmerk niet. De. Spanjaards verbeeldden zich , door zo gruwzaam eene wraakneeming, verzaagdheid in aller harten te verWekken; maar deeze bragt te wege, dat alle Steden, die het met den Prins hielden, eenpaarig beilooten, nooit met den vijand te daadigen, en liever het uiterIte aftewagten, dan zich over te geeven aan trouwlooze wreedaarts. De Roomsch-Catholijken zelve, die, door de mishandelingen des Graven van her Mark , tot den Hertog begonnen te hellen, zwoeren den Spanjaarden een onverzoenlijken haat: te Naarden hadden zij boven de Onroomfchen geen voorregt altoos genooten (t).

Groote en welgegronde vrees hadden de Hollanders

vooi

(*) Vig. ad Kopp. p. 719. Boxhorn Theat. Uri, Holl. p. 343. Bor VI. B. bl. 303. Hooft, I. D. bl, 286. Tassis Lib. I. p. 165.

(t) Hooft, I. D. bl. 291.

III. Deel. Q

Philips de II. vaa Spanje.

Verbittering legen de Spanjaardendeswegen.

Sluiten