Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24ö GESCHIEDENIS:

Philips de II. van

Spanje.

Wreedheden der beide Partijen.

1573-

De Spanjaards, trots op dit affnijden en verdaan der toegefchikte hulpbenden, meenden, dat de Stad wel ras de poorten zou openen, wanneer het beleg met eenigen ernst werd doorgezet. Ten dien einde deedt Don FfckflWMK dezelve. twee dagen agter een, fel befchieten: dertienhonderd vijfenvijftig fchooten beukten , opdezelven, demuuren: dandeBelegerden herlfelden niet alleen, zich van de langenagtenbedienende, de gemaakte bresfen, maar wierpen ook een geheel lïifirf* wen Wal achter den ouden op. Eene gewaagde beftormingliep ten grooten nadeele der Belegeraaren uit, en zij zagen , dat dit beleg op veel bloeds zou te ftaan komen : veelvuldige uitvallen der Belegerden flaagdeivgelukkig, en zij vonden, door den toevoer van versch Volk, zich daar toe in ftaat gefteld. Het leed der Spanjaarden werd eenigzins verzagt, doordien zij, op nieuw , tweeduizend man , door den Prins, onder Philips de Koning , den Haarlemmeren tot ontzet gezonden, opligtten. Deezen Overften hieuwen de Spanjaards het hoofd af, en wierpen het over de Vesten , met het bijfchrift, „ dat i, het van Hopman Philips de Koning was , die „ het-ontzet zo ongelukkig hadt aangevoerd." De Verweerders, getergd door deeze fpijt, en gereed, om te toonen, dat dit hun den moed niet benam , hingen 's nagts twaalf Gevangenen op, hieuwen elf hoofden af, kuipten ze in een ton , en -lieten deeze na 's Vijands nadernisfen rollen , die 'er dit tergende öpfchrift op las -: „ Men zou den Hertog vari. „ Alva, voor den Tienden Penning , waarom bij

„ hun

Sluiten