Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254 GESCHIEDENIS

Philips de II. van Spanje.

hun te doen draagen , dat zij, welhaast, herftelden (*).

Aan de zijde der Hollanderen Hak Pieter Hasselaar, Neef der Heldinne Kenau , een Jongman Van achtien jaaren, uit door eene ftoute daad van Vaderlandliefde. Te fcheep uit Haarlem getoogen , vondt hij , bij zijne wederkomst, het onmogelijk, daar binnen te gcraaken, en begaf zich na Leyden, waar hij geen onderftand kreeg van een' Predikant, die aan zijne Moeder veel verpligting hadt. Geen of luttel teergelds over hebbende, boodt hij zich aan, om Brieven van veel gewigts , in lood gekookerd, na Haarlem te brengen. Vooraf deedt men hem zweeren, dat hij, door den Vijand betrapt wordende , de Brieven in 't water zou werpen, en, ten einde hij door pijniging niet mogt bewoogen worden, om de plaats, waar de gezonken Papieren fchoolen, te ontdekken, zichzelven om 't leeven brengen. Hij volvoerde gelukkig den opgelegden last, en kwam, deels te voet, deels met zwemmen, tusfehen 'sVijands Wagten door. Hij verzekerde naderhand, „ dat hij niet wist, wat zinnen, op het nijpen , de „ zijnen geweest zouden zijn ; doch meende , dat „ hij 't eer zou volbragt hebben , dan nagelaaten." En in de daad dit mogt men wagten van een' Jongeing, die, bij de overgave der Stad, ziende , dat nen zijnen Broeder voor hem aantastte, zich zelf

ont-

(*) Hooft, I. D. bl. 304.

Sluiten