Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer. NEDERLANDEN. 261

Bossu. Hier gaven zij ongehoord betoon van moed Men wil, dat de Noordhollandfche Vlootvoogd, voor het aangaan des Scheepllrijds , brieven ontvangen hadt, die hun onderltand beloofden, indien hij wijde wagten, dezelven verbrandde , en op den vijand los ging. Het gevegt was heftig, duurde een gedeelte van den dag, en den geheelen nagt. Jan Haring van Hoorn fyrong, met aanbreeken van den dag, op het Schip van Bossu, klom na boven, rukte de vlag van de Hang, doch in 't nederklimmen trof hem een kogel. Dit Schip, 't welk den haatlijken naam de Inquifitie voerde, dreef op een zandbank en klemde vast: het werd, benevens zes anderen, genomen. De Graaf gaf zich over, bedingende het lijf voor al de zijnen, voor zich, daarenboven , eene graaflijke gevangenis. Drie volle jaaren bleef hij in het Weeshuis te Hoorn gevangen. De andere gevangenen, ten getale van drie honderd, werden, meerendeel, tegen gevangenen bij den Spanjaard uitgewisfeld (*). ,, De Hollanders", fchreef omtrent dien tijd, Chiappin Vitelli, „ hebben, toen de „ Koning hun om Onderftandgeld en eenige Sche„ pen vroeg, het Hof met bittere klagten vervuld, „ voorgeevende, dat zij tot de uiterlle armoede ge„ bragt waren. Doch , wanneer het 'er op aan „ kwam, om hem te beltrijden, vonden zij middel, „ om eene Vloot zamen te brengen, in ftaat tot het „ vernielen van de Koninglijke." Deeze Italiaan

be-

(*) Hooft, I. D. bl. 335- eir/B- 3

Philips ds II. van Spanje.

Sluiten