Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Phiupj de II. van Spanje.

De Zeeu.

ven

fcliikken den Ley/fcnaa*ren hulpe toe.

a8o GESCHIEDENIS

Leyden het nog hieldt, verkwikte hem hooglijk, hij beterde en hcrftelde van dat uur af.

Met den aanvang van Herfstmaand, kwam Boisot en Adriaan Willemsz uit Zeeland te Rotterdam, met hun Scheepsvolk, gefchikt, om zich met de Hollandfche Vloot te vereenigen , en de Stad te ontzetten. De Zeeuwfche Matroozen hadden een wreed en afzigtig aanzien; eenigen waren verminkt aan hand, anderen aan voet, en de meesten droegen in 't gelaad de roemrijke lidtekens, in de laatstgcvoerde fbrijden gekreegen. Op hunne hoeden voerden veelen een zilveren halve maan, met dit bijfchrijft: Liever Turksch dan Pausch. Zij verdreeven de Spanjaarden, die hetdoortteeken van den Dijk der Landfcheidinge, tusfehen Rhijn en Delfsland, wilden beletten. Te deezer gelegenheid zag men een treffend voorbeeld van Volkshaat: een Zeeuwfche Matroos haalde een half leevenden Spanjaard het hart uit het lijf, zette 'er de tanden in, en wierp het voor de honden,

met deeze betuiging: Bitter is V. Ten einde

de Vloot, met mondbehoeften rijklijk voorzien, zou kunnen naderen, verlangde men naa een Noordwesten wind, doorgaans gevreesd, maar nu met brandend ongeduld gewenscht. De Belegerden begonnen hoope te fcheppen, daar zij de vlaggen en zeilen zagen van de Schepen hunner Verlosferen: doch hunne hoop verflauwde, dewijl de Noordwesten wind het water deedt zakken, en het voortvaaren verhinderde. . Boisot fchreef den Prins, dat, zonder een bijzondere hulpe des Hemels, zijn toeleg tot het ontzet

Sluiten